slide

Project 2014


Verslag Project 2014 (12 t/m 26 oktober)

West Samburu en East Pokot

(Foto-verslag onderaan deze pagina)

Naast de gebruikelijke werkzaamheden ter voorbereiding op het project, werd dit jaar de lokale media extra aandachtig in de gaten gehouden. Door de aanhoudende droogte in het noorden van Kenia was het vanaf maart 2014 zeer onrustig in dit gebied. Door gebrek aan water, voedsel en graslanden voor het vee gaan de nomadische volkeren zoals de Samburu, Turkana en Pokot rondtrekken om te kunnen overleven. Dit betekent dat er tijdens dit soort periodes veel ‘clashes’ en ‘cattle raids’ plaatsvinden. Helaas gaat dit gepaard met veel geweld.
Hierdoor hadden we besloten om het oostelijke gedeelte van de Samburu regio niet aan te doen dit jaar. Dit leverde een extra probleem op, aangezien we aan het eind van vorig project onze spullen in Wamba hadden opgeslagen. We hadden dan ook voor ons vertrek geregeld dat de eigenaar van de Sunbird Guesthouse onze spullen zou gaan ophalen en voor ons in Maralal opslaan. De veiligheid van het team staat steeds centraal en daarom werd dit jaar voor het eerst besloten om kogelwerende vesten mee te nemen. Natuurlijk is dit niet een vrijbrief om een onveilig gebied in te gaan, maar het noorden van Kenia is erg onvoorspelbaar waardoor het het ene moment volkomen rustig kan zijn en plots alles kan omslaan. Het geweld zal waarschijnlijk niet op ons gericht zijn, maar daar hebben we weinig aan als we er tussenin zouden komen te zitten.

Dit werd helaas zeer duidelijk enkele weken na thuiskomst toen in een artikel de situatie in Pokot geschetst werd (http://www.nation.co.ke/news/Little-to-show-for-operation-in-Kapedo-one-month-later/-/1056/2547694/-/wt218wz/-/index.html). In het projectverslag hieronder kunt u lezen over een incident bij Kapedo tijdens onze aanwezigheid. Dit incident zou enkele dagen na ons vertrek een verschrikkelijk gevolg krijgen. Er heeft een slachting van 19 politieagenten plaatsgevonden en het gebied waar we werkzaam waren is nu veranderd in een gemilitariseerde zone met harde vergeldingsacties. Onze contactpersoon Robert was lange tijd niet meer bereikbaar. Na hem uiteindelijk op tweede Kerstdag telefonisch gesproken te hebben bleek hij een maand vastgezeten te hebben op verdenking van medeplichtigheid, terwijl hij werkzaam is voor de overheid maar ze zoeken natuurlijk naar een zondebok. Hij sprak over een moeilijke tijd waarbij “torture” niet geschuwd werd. Nu dit geweld zo dichtbij komt zullen we onze conclusies moeten trekken over de veiligheid voor Project 2015 en moeten we ons afvragen of een project überhaupt nog mogelijk is in deze regio.

Het ADA-team bestond dit jaar uit Maurits de Ruiter, Floris van de Ruit en Joost Berben. Opnieuw werden we bijgestaan door onze contactpersonen ter plaatse; Chief Robert Kanyakera en Dr. Edward Lolokuru. De twee weken van het project werden getypeerd door de hevige regenbuien die losbarstten in de avonduren. Hierdoor hebben we regelmatig onze planning moeten omgooien om zo toch ons project zo effectief mogelijk te volbrengen.

De reis van dag tot dag

Zondag 12 oktober:

Aangezien alle teamleden in Utrecht wonen, konden we samen naar Schiphol rijden. Elk jaar hebben we wel een bepaald stuk bagage in te checken dat iets meer aandacht vergt. In 2014 heeft de stichting een mobiele, lichtgewicht tandartsstoel (Medical Mate) aangekocht. De afmetingen van deze stoel vallen net buiten de normale kofferafmetingen van KLM waardoor de stoel ingecheckt zou moeten worden als “odd size”. Dit zou echter betekenen dat het €300 zou kosten om de stoel mee naar Nairobi te krijgen. Dit leek ons erg zonde en zijn dus een hele tijd bezig geweest om van alles en nog wat te verzinnen om de stoel gratis mee te krijgen. Nee, helaas … de luchtvaartmaatschappij wenste niet mee te werken. Toen hebben we contact opgenomen met “Luchtvaart Zonder Grenzen”. Zij wisten het helemaal kosteloos te regelen voor ons met zelfs nog 1 extra koffer de man.
Na het afscheid van onze dierbaren in de vertrekhal en alle koffers ingecheckt, gingen we richting de paspoortcontrole. Nog even een hapje eten en klaar voor de vlucht van 8 uur naar Nairobi. Bij aankomst konden we elk redelijk vlot ons visum regelen, maar het wachten op de bagage duurde eindeloos. Na 2 uur naar een lege bagageband staren konden we eindelijk onze koffers op de trolley gooien en opzoek gaan naar de taxi. Maar … daar dacht de douanebeambte anders over. Van alle koffers die op de trolleys gestapeld lagen pakt hij precies die ene tas eraf met de drie kogelwerende vesten. Probleem! Wie dachten we wel dat we waren om zonder een vergunning dit soort vesten mee het land in te nemen. Na veel uitleg en complimentjes werd de toon al iets vriendelijker, maar het veranderde niets aan het feit dat we een vergunning moesten hebben. Kogelwerende vesten vallen in Kenia onder de “Firearms Act”. De vesten zouden daar in opslag blijven tot wij een vergunning konden voorleggen. Dat zou een klus voor morgenvroeg worden, dus nu eerst naar het hotel. In het hotel stond Robert ons op te wachten. Gezien onze late aankomst in het hotel was de terreinwagen, net als vorig jaar, helaas alweer vertrokken. Ook een klus voor morgen. Dan maar vroeg naar bed.

Maandag 13 oktober:

Om 7 u aan tafel voor het ontbijt, maar 15 minuten later stond de huurauto voor de deur. Samen met Robert is Joost ingestapt om naar het kantoor te rijden voor het afhandelen van het papierwerk. Omdat we zo plotseling vertrokken waren hadden Floris en Maurits geen idee waar we zaten of hoe lang we weg zouden blijven. De 4x4 was de eerste klus die geklaard werd.
Nu moesten nog de vergunningen geregeld worden. Dit bleek helaas minder routinewerk te zijn. Eerst moesten we naar het hoofdkantoor van de politie. De man die ons kwam ophalen met de 4x4 bood aan ons wel even te brengen. In het drukke verkeer reed hij, net zoals iedereen om hem heen, door het rode licht. Plotseling sprongen er 2 verkeersagenten voor de auto en dwongen hem te stoppen. Luid roepend deden ze de portieren open en namen ze plaats op de achterbank. Nog harder roepend probeerden zij hem duidelijk te maken dat ze hem voor de rechter zouden slepen. Natuurlijk greep de brave man achter het stuur snel in zijn broekzak, op zoek naar zijn lunchgeld. Nadat enkele geldbiljetten van eigenaar verwisseld waren stapten de agenten uit en konden we doorrijden. Op het hoofdkantoor werd ons verteld dat we aan de andere kant van de stad moesten zijn bij de Firearms Department. Vanaf hier zouden we zelf rijden om op zoek te gaan naar dit kantoor.
Eenmaal aangekomen werden we door een zeer zure agent binnengehaald. Zijn veel vriendelijkere collega, Phillip, bleek meer van ons verhaal te snappen en vroeg of hij ons verder mocht helpen. Hij besloot, in onze naam, een nette brief te schrijven naar de chief van de Firearms Department om een vergunning aan te vragen. De chief was wat later op deze maandag ochtend, maar hij zou elk moment kunnen komen. Samen met Robert zat Joost in een kleine stoffige kamer te wachten op zijn komst. Na enige tijd werden we zijn kantoor ingeroepen, een overvol bureau met daarachter een grote pompeuze stoel en 2 TV’s. Eentje met het nieuws en een andere met een of andere muziekzender met constant halfnaakte vrouwen in beeld. Hij kwam meteen fel uit de hoek met te zeggen dat het niet zou lukken, onmogelijk! Toch maar weer ons verhaal verteld en natuurlijk de gebruikelijke complimentjes gegeven om de situatie wat vriendelijker te maken. Het werd inderdaad een stuk amicaler en we hebben zelf steeds oplossingen voorgesteld tot we uiteindelijk hadden wat we wilden. We zouden eerst een import clearance krijgen om de vesten op te halen op de luchthaven. Vervolgens moesten we de vesten komen laten zien bij de Firearms Department, waarna we een tijdelijke vergunning zouden krijgen. Maar, over 2 weken zouden we opnieuw moeten langskomen om ze te laten zien en om een export clearance te krijgen. Helaas zou dan het kantoor gesloten zijn … maar gelukkig bood de aardige agent Phillip aan om op zijn vrije dag het papierwerk te komen regelen.
Na het uitvoeren van al deze stappen, met veel stempels en papieren, konden we eindelijk om 13u onze tocht naar het noorden beginnen. Net voordat we Nakuru binnenreden gingen de hemelsluizen open. De dodelijk inhaalacties van de auto’s om ons heen werden er door het slechte zicht niet minder op. Af en toe werd er aardig met de billetjes geknepen. Ondanks het slechte zicht hebben we gelukkig toch nog een boomstam weten te ontwijken die van de auto voor ons was gevallen. In de Nakumatt supermarkt hadden we al onze levensmiddelen ingeslagen en zijn we meteen weer verder gereden richting Nyahururu aangezien het gevecht tegen de klok reeds lange tijd geleden begonnen was. Nog vele kilometers te gaan en in Kenia gaat het ‘licht’ om 19u uit. De weg was in verschrikkelijke staat, asfalt met overal diepe kuilen. We hadden al af en toe gemerkt dat de auto vreemde geluidjes maakte. Eenmaal in het donker aangekomen in Nyahururu, konden we de auto na het tanken maar moeilijk starten. Dit zijn geen prettige bevindingen wanneer je nog de laatste 160 kilometer onverhard, en in het donker moet afleggen. Toen we wegreden wist Robert te vertellen dat hij de weg van Nyahururu naar Maralal eigenlijk niet zo goed kende, dus is Maurits voorin gaan zitten om te navigeren op de GPS. Het was erg prettig om de GPS gegevens erbij te hebben want het was pikkedonker en aan de lampen van de auto hadden we ook niet zoveel. Om 00.30 haalden we onze eindbestemming, de Sunbird Guesthouse in Maralal. Al onze tandheelkundige spullen zouden hier opgeslagen zijn, maar dat kwam de volgende dag wel weer.

Dinsdag 14 oktober:

Heel vroeg uit de veren om onze opgeslagen spullen in ontvangst te nemen en te sorteren. Nu moesten we nog alle spullen in de auto krijgen, laadbak volgooien en de grote spullen op het dak binden. Robert moest terug naar Nginyang (Pokot) om, naast zijn gebruikelijke bezigheden als chief, nog enkele zaken te regelen met de gouverneur voor onze komst. Aangezien we gisteren startproblemen hadden, besloten we maar eens even te checken of het nu ook zou lukken. Nee … niks! Het is geen fijne start van een project als het enige vervoersmiddel wat je hebt het laat afweten. Meteen zijn we gaan rondvragen naar een mecanicien. Schuin tegenover de Sunbird Guesthouse zat een kleine garage. De mecanicien kwam zeer professioneel over en wist ons te vertellen dat er een snaar van de motor mistte (vandaar het piepende geluid op de weg naar Maralal) waardoor de accu’s niet meer opgeladen werden. Hij is meteen aan de slag gegaan en 2 uur later konden we de auto weer starten. Het ratelende geluid werd volgens hem veroorzaakt door een gescheurd rubbertje bij de ‘clutchfork’, waardoor er steentjes heen en weer ratelden.
In de tussentijd was Edward gearriveerd. Hij bracht ons het nieuws dat we eerst bij de Chief of Health voor goedkeuring van het project langs moesten. Dat we hier en daar handjes moeten schudden is niet nieuw, maar om ‘goedkeuring’ gaan vragen was voor het eerst. Het heeft blijkbaar allemaal te maken met de veranderingen in het overheidssysteem. Deze veranderingen hebben vooralsnog enkel ervoor gezorgd dat zaken nog moeilijker te regelen zijn en het systeem dus nog slomer functioneert. We gingen dus naar het District Hospital om  de chief te ontmoeten, maar hij was niet aanwezig. Hij zou over 1,5 uur weer op kantoor zijn. Het werd ons nu wel duidelijk dat de eerste geplande werkdag door dit soort vervelende situaties niet zou plaatsvinden zoals wij hem in gedachten hadden. Eerst dus nog even de tijd gedood met het halen van diesel, benzine en nieuwe onderdelen voor de snelkookpan. Ja, die was weer zoals in 2012 ontdaan van het ventiel en rubberen ring waardoor hij onbruikbaar wordt. Uiteindelijk de chief te pakken gekregen. Even een praatje over hoe alles geregeld had moeten worden en hoe we het volgend jaar moeten doen, handtekeningen zetten, handjes schudden en dan eindelijk aan de slag … nee. Edward had verontrustend nieuws gehoord over Loosuk en Lolmolog, de twee dorpjes waar we zouden werken. Hij moest eerst de toestemming krijgen van de lokale chief om naar de dorpjes af te reizen. Om 17u kwam het definitieve nieuws. Naar Lolmolog mochten we zeker niet meer afreizen omdat daar net 2 dagen geleden een ‘cattle raid’ was geweest. Dit gaat meestal gepaard met wraakacties, maar natuurlijk niemand weet wanneer deze zullen plaatsvinden. De chief wou dus absoluut niet dat we daar in de buurt zouden komen. Loosuk was een ander verhaal. Daar was ongeveer een week daarvoor een raid geweest, maar daar mochten we wel naar toe om te werken. We mochten echter niet blijven slapen en moesten voor het donker weer weg zijn. Dit betekende dat het een zeer frustrerende en verloren dag was. Die avond hebben we onze tenten opgeslagen naast het huis van Edward. Zijn vrouw had voor ons gekookt waardoor wij even rustig te tijd hadden om de dag te bespreken en ons dagboek bij te houden.

Woensdag 15 oktober:

Gaat het nu echt beginnen? We waren helemaal klaar voor onze eerste werkdag in Loosuk. De tenten konden we laten staan aangezien we niet daar mochten blijven slapen en dus noodgedwongen weer naar Maralal zouden moeten terugkeren. Na een rit van ongeveer een uur kwamen we aan bij Loosuk Dispensary. Simon, de conciërge, stond ons al met zijn eigen African Dental Aid T-shirt op te wachten en bruiste weer van energie. Samen met hem hebben we onze kliniek opgebouwd en konden we al snel aan de slag. De dag begon met het controleren van enkele schoolklassen. De leerlingen die behandeld dienden te worden moesten plaatsnemen op het bankje en de rest kon weer de les gaan volgen. Naast de schoolkinderen was er ook een goede reguliere opkomst. Om 18u moesten we van de chief weer vertrekken, maar we hebben die dag aardig wat werk weten te verzetten. Toen alles opgeruimd en ingeladen was werd ons gevraagd nog even te wachten om even kennis te maken met de nieuwe head-nurse, die op dat moment een bevalling aan het begeleiden was. De nurse kreeg een T-shirt van de stichting en een knijpkat als afscheidscadeau voordat we onze tocht terug naar Maralal konden starten. Opnieuw hoorden we vreemde geluiden onder de motorkap. We begonnen steeds meer te twijfelen aan de staat van de auto. Vooral omdat dit precies dezelfde auto was als de auto die aan het eind van het project in 2012 in brand vloog! Toch Maralal weer gehaald en toen aan het koken geslagen. Aangezien het houdbare vlees in Keniaanse supermarkten niet echt smakelijk genoemd kan worden, hadden we rookworsten meegesmokkeld vanuit Nederland om door de pasta de doen. Wat een verwennerij! In het donker werd onder het genot van een biertje de dag geëvalueerd. Een succesvolle eerste werkdag, bleek de conclusie.

Donderdag 16 oktober:

Omdat we de route in Samburu verkort hadden door de veiligheidsproblemen, moesten we vandaag de tocht van het Samburu gebied (Maralal) naar het Pokot gebied (Loruk) maken. Dit blijft altijd een spannend stuk om te rijden omdat van de +/- 160 kilometer meer dan de helft door ‘niemandsland’ gaat. Dit is precies de regio waar de clashes tussen de Samburu en Pokot plaatsvinden. Naast deze gedachte speelde ook het feit dat hevige regens van deze weg een nachtmerrie kunnen maken.
Om 9 u alles ingeladen en met volle tank vertrokken. De reis verliep gelukkig voorspoedig. De weg leverde geen problemen op, maar het viel ons wel op dat we al die uren rijden maar weinig mensen tegengekomen waren. Pas vanaf Churro toen we het Pokot gebied inreden, was er meer bedrijvigheid. Bij Tangulbei reden we langs een groot militair kamp, van waaruit men probeert de clashes en raids onder controle te houden. Tegen 15u bereikten we de top van de laatste berg voor de afdaling naar Loruk. Van hieruit hadden we een mooi zicht over het Baringo meer en de Rift Vallei. Even wat als lunch klaargemaakt en daarna naar Loruk doorgereden omdat we daar weer met Robert hadden afgesproken.
Elke keer als we in het Pokot gebied aankomen wordt je geconfronteerd met de extreme hitte. Met 35 á 38 graden is een beetje schaduw geen overbodige luxe. Bij aankomst in het dorpje zijn we eerst even langsgegaan bij de ex-vrouw van Robert (er gebeurt veel in 1 jaar tijd) en iets te drinken tot Robert per motor vanuit Nginyang zou arriveren. Na het avondmaal hadden we, door de dreigende wolken, besloten om op de grond in het huisje van Robert onder de klamboe te gaan slapen. Dit bleek een zeer slimme zet want rond middernacht ging het enorm tekeer. Overal stroomde water, de awning aan de zijkant van de auto was losgerukt en hing te wapperen in de wind. Na alles in veiligheid te brengen en de schade op te meten, konden we weer gaan slapen.

Vrijdag 17 oktober:

Werken in Loruk! De dispensary is ongeveer 500 meter verwijderd van het huis van Robert. Bij aankomst bleek de nurse afwezig te zijn omdat alle nurses opgeroepen waren voor een ‘head-count’ in Chemolingot. We hadden de sleutel van de schoonmaakster weten te bemachtigen en hebben onze kliniek  in een van de kamers opgebouwd. Het was erg druk, waardoor we zonder te lunchen hebben doorgewerkt. Inmiddels was de nurse in het kamertje naast ons ook weer aan de slag gegaan.
Rond 17u reed een brommer het terrein op. Een hevig bloedende man werd in de kamer van de nurse gedragen. Nog geen paar seconden later kwam de nurse onze kamer binnenlopen om te vragen of wij haar konden helpen. De man zat voorovergebogen op een stoel met een enorme wond aan de achterzijde van zijn hoofd en een kleinere, maar diepe snede in de rechter wang. Hij had blijkbaar ruzie gehad en was aangevallen met een machete. Aangezien Maurits in opleiding is tot kaakchirurg, was dit voor hem gesneden koek. De nurse werd gevraagd om de wonden eerst schoon te maken zodat wij onze spullen alvast klaar konden leggen om de wonden te gaan hechten. Maurits ging aan de slag met naald en draad en na enkele minuten zag het er weer keurig uit. Ik denk dat deze man van geluk mag spreken dat we net die dag in Loruk waren. Spullen werden ingepakt en vertrokken richting Nginyang. Het nieuwe asfalt vanaf Loruk kruipt elk jaar wat dichter bij Nginyang. Heerlijk om weer even zonder gerammel over de weg te kunnen rijden. De aankomst in Nginyang was minder fraai aangezien alles in een grote modderbende was veranderd door de regen en de zware graafmachines die nu tijdens de werkzaamheden af en aan rijden. Bij Robert mochten we weer intrek nemen in het gastenverblijf. Er was duidelijk aandacht besteed om de ruimte aangenamer te maken. Gelukkig zouden we niet de nacht in de tent doorbrengen want opnieuw gingen de hemelsluizen open. Het water stroomde als een rivier voorbij de hut. Dat belooft wat voor de tocht van morgen.

Zaterdag 18 oktober:

Akwichatis stond op de planning. Dit dorp blijft voor ons fictief aangezien we , net als vorig jaar, ook nu weer het dorp niet hebben bereikt. Diepe modder zorgde ervoor dat we ongeveer 1,5 uur hebben staan trekken, graven, zweten en ploeteren om de auto weer los te krijgen. Doet de vierwielaandrijving het nu wel of niet? Toen we uiteindelijk los waren, kwamen we bij de passage waar we vorig jaar vastzaten. Die was nu nog erger en dus geen doorkomen aan. Gefrustreerd moesten we opnieuw iemand naar Akwichatis sturen om te zeggen dat we het niet zouden halen, maar dat we de volgende dag in Riongo zouden werken. Nu kwam het er op neer om er toch nog een productieve dag van te maken. Op aanraden van Robert reden we naar de Lokenoi Dam omdat daar veel mensen samenkomen om water te halen. In de schaduw van enkele bomen hebben we onze kliniek opgebouwd en enkele patiënten geholpen tot het moment dat we ook hier weer brutaal verstoord werden door de regen. We moesten snel alles inpakken en beschutting zoeken voor de avond. Die beschutting vonden we in een klaslokaal van de Chemoril Primary School. Het was weekend dus de school was verlaten. Elk zette zijn tentje zoals gebruikelijk op, maar voor Robert was het de eerste keer. Meestal zoekt hij ergens een slaapplaats bij andere mensen of slaapt hij in de auto, maar omdat we een tent over hadden leek dit de beste optie. Op het menu stond pasta met gehaktballetjes in satésaus. Weer iets nieuws voor Robert, maar hij vond het heerlijk. Die avond heeft Maurits leuke traditionele spullen weten te bemachtigen zoals een ‘nachar' (neksteun), ‘kaplelach’ kralen en een ‘rungu’ (gevechtsstok).

Zondag 19 oktober:

Bij het opstaan stonden er reeds enkele patiënten te wachten buiten het lokaaltje waar we sliepen. Het was de bedoeling meteen naar Riongo door te rijden, maar deze mensen konden we niet laten staan. De tenten werden opgeruimd en de schoolbanken bij elkaar geschoven om als behandeltafel te fungeren. Terwijl Maurits en Joost aan het werk waren, ging Floris in het lokaal ernaast de mogelijkheden van een microkrediet verder toelichten. Dit werd vorig jaar voor het eerst gedaan, maar extra informatie bleek nodig om het een en ander duidelijker te maken. Na het behandelen van de mensen in Chemoril Primary School reden we naar Riongo om daar in de dispensary verder te gaan met behandelen. Riongo heeft een nieuwe, gedreven nurse. De gevolgen van de aanhoudende droogte de afgelopen maanden werden hier goed duidelijk. We zagen veel moeders met ondervoede kinderen, wachtend op een consult bij de nurse. Het werd een rustige dag. Van tijd tot tijd druppelen er patiënten binnen, maar niet de aantallen waar we op gehoopt hadden. Zijn er minder problemen omdat we al meerdere keren Riongo hebben aangedaan met onze projecten? Zijn de mensen weggetrokken door de droogte? Heeft het feit dat het marktdag was een negatieve invloed op de opkomst? Aan het einde van de dag reden we naar de nieuwe manyatta van de 3de vrouw van Robert. Het huisje was nog in aanbouw, maar toch besloten we onze tenten binnen te zetten omdat we geen idee hadden hoeveel het die nacht zou gaan regenen. Door het huilen van de zieke baby van Robert en zijn vrouw, werd het een onrustige nacht.

Maandag 20 oktober:

Mashujaa Day, oftewel Heroes Day! De dag dat Kenia de helden van de onafhankelijkheidstrijd eert. Dit betekende dat het voor Robert een officiële dag vol met verplichtingen zou worden. In uniform zou hij de speech van de president en de gouverneur voorlezen en zelf zou hij de ouderen toespreken. Wij zetten onze spullen klaar in de dispensary van Nginyang. Deze feestelijke dag betekende helaas voor sommige dorpelingen dat onze kliniek minder interessant was dan het lokale bier, waardoor de opkomst ook hier niet was zoals we hier gewend zijn. Een lerares vroeg tussen elke behandeling door of we geen pilletje hadden tegen cariës, een pilletje tegen tandvleesproblemen, een pilletje voor dit en een pilletje voor dat. Met veel moeite hebben we haar weten te overtuigen dat dit soort pilletjes helaas niet bestaan en dat ze toch echt zelf zal moeten poetsen en minder suiker gebruiken om haar problemen tegen te gaan.
Tussen de patiënten door werden we opeens naar buiten geroepen met de woorden: “This is an emergency!”. Maurits en Joost liepen mee naar buiten en zagen onder de grote boom voor de dispensary 4 vrouwen op de grond zitten. Bijgestaan door haar vriendinnen, had een van de vrouwen net buiten de poort een miskraam gehad. Ze lag op de grond met haar hoofd in de schoot van een vriendin en bloedde hevig. De grote plas bloed gaf aan dat ze dringend hulp nodig had. Er werd voorgesteld dat ze naar het District Hospital in Chemolingot moest gaan. Wij konden dit alleen beamen, maar begrepen toen nog niet dat wij de enigen waren in de omgeving met een voertuig. Maurits ging weer aan de slag en Joost startte de auto om de vrouw met spoed naar het hospitaal te brengen. Chemolingot is ongeveer een 30 minuten rijden, maar de weg er naartoe is ruw en rivier Nginyang moest overgestoken worden. Met onze koekjes en water werd geprobeerd de verzwakte vrouw bij bewustzijn te houden. Ongeveer 10 minuten voor Chemolingot reed de ambulance van het hospitaal ons tegemoet. Zij hadden gehoord van onze komst en kwamen haar overnemen. Bij terugkomst in Nginyang werd de bebloede achterbank even grondig gereinigd, waarna het tijd was onze kliniek op te ruimen.
Bij het uitrijden van het dorp werd duidelijk dat de drank rijkelijk gevloeid had, dus tijd om naar onze volgende plek te trekken. We hadden besloten alvast voor het donker en de dreigende regenval de rivier over te steken, omdat we anders morgen vroeg misschien niet over de rivier heen zouden kunnen komen. Bij aankomst in Chemolingot leek het ons verstandig om op zoek te gaan naar diesel om de rest van de trip morgen naar Maron te kunnen afleggen. Er werd  in een klein golfplaten hutje  met wat vaten en trechters gegoocheld om onze jerry cans bij te vullen. Tijdens het vullen vielen de eerste regendruppels al. We reden meteen door naar de dichtstbijzijnde school om onderdak te zoeken. Met het helse lawaai van de druppels op de golfplaten zetten we onze tenten op en konden daarna aan het eten beginnen.
Robert is altijd “on duty” en kreeg een verontrustend telefoontje binnen. Later vertelde hij ons het verhaal over wat zich net slechts 25 km verderop had afgespeeld. In Kapedo waren de Pokot en Turkana met elkaar in een gevecht beland. Uiteindelijk hebben de Pokot een voertuig onder vuur genomen dat vanuit het noorden (Turkana gebied) naar Kapedo reed. Deze actie resulteerde in 3 doden en vervolgens werd het voertuig met de lichamen in brand gestoken. Achteraf bleken 2 van de 3 inzittende government officials te zijn die tentamenformulieren kwamen afleveren. Dat de Turkana, Samburu en Pokot met elkaar slaags raken is reeds honderden jaren het geval, maar dat ze doelbewust voertuigen onder vuur nemen is nieuw en was voor ons als team een vervelende gedachte, aangezien wij natuurlijk ook deze wegen berijden.

Dinsdag 21 oktober:

Vroeg opgestaan om het klaslokaal opgeruimd achter te laten voor de eerste leerlingen die al begonnen binnen te komen. De auto werd weer ingeladen en de tocht naar Maron ingezet. Deze tocht werd helaas vroegtijdig afgebroken omdat door de regens van de afgelopen nacht nu een 50 meter brede kolkende massa de weg versperde. Rivier Karuwan, die al die jaren enkel een stoffige streep door het landschap was, liet ons niet door. Er was teveel stroming en de ondergrond was te modderig om het te proberen. Nog even hebben we gewacht om te kijken of het waterpeil snel genoeg zou zakken maar dat was niet het geval. Change of plans! Het zou jammer zijn als dit een verloren dag zou worden, dus besloten we om terug te gaan naar de school waar we overnacht hadden en om daar alle leerlingen te controleren en zo nodig te behandelen. We zochten een grote ruimte uit en startten met de allerkleinsten. De ene klas na de andere kwam op de stoel liggen. Zelfs de leerlingen van de highschool hoorden van onze aanwezigheid en kwamen langs. Het werd gelukkig nog een productieve dag met aan het einde een tandheelkundige les van Robert met de uitleg die wij op het grote bord hadden geschreven. Een hele zaal vol enthousiaste kinderen was het gevolg die vervolgens allemaal “doctah” wilden worden. Opnieuw zochten we de beschutting van een klaslokaal om de tenten op te zetten. We besloten nog even, nu het nog licht was, met Robert mee te gaan naar de Chemolingot Club voor een biertje. Er was zowaar een koelkast die speciaal voor ons werd aangezwengeld om toch van een frisse pint te kunnen genieten. De eerste druppels luidden het einde van de gezellige avond in en we moesten rennen door de regen om weer bij de tenten te komen die alvast in een klaslokaal waren opgesteld.

Woensdag 22 oktober:

Al vroeg meldden we ons bij het District Hospital om aan onze werkdag te beginnen. Maar natuurlijk moesten ook hier eerst eindeloos handen worden geschud en boeken worden getekend. We zaten vervolgens 2 uur te wachten op “clearance”. Uiteindelijk kregen we een kamer toegewezen, die overigens splinternieuw was (lees nooit gebruikt) en met zowaar stromend water. De patiënten verzamelden zich al snel aan de deur terwijl wij al onze spullen aan het klaarmaken waren. Veel schoolkinderen werden gecontroleerd en indien nodig behandeld. Tot het laatste moment zijn we druk bezig geweest, maar het tijdstip van vertrek werd steeds wat vroeger aangezien de druppels weer begonnen te vallen en we de grote rivier van Nginyang over moesten steken. Via een alternatieve route kwamen we bij deze rivier aan. Dit keer was het niet de gebruikelijke oversteekplaats, maar Robert verzekerde ons dat het zou lukken want er lag een “concrete slab” onder het water. Met zo’n stevige stroming is het natuurlijk maar de vraag of die er nog steeds ligt. Zonder problemen, met het water halverwege het portier, kwamen we weer aan bij Robert thuis.

Donderdag 23 oktober:

De laatste werkdag. De auto werd volgeladen met enkel de spullen die we nodig zouden hebben voor ons werk in de dispensary in Chesirimion. De weg door het dorp werd steeds slechter. De regens en de grote graafmachines en vrachtwagens die dagelijks passeerden hadden er een uitdagend parcours van gemaakt. En ja hoor, net voorbij de politiepost kwamen we vast te zitten. Het leek niet echt een probleem dus werd de vierwielaandrijving aangezet. Maar deze deed niet wat we verwachtten. Het leek alsof de auto het gebulder van de motor niet over wist te brengen in kracht naar de wielen. Gelukkig kwam er net zo’n grote vrachtwagen langs die ons wel wou helpen. Eerst probeerden we het met sterk touw, maar dat knapte keer na keer. Toen werd er een staaldraad bovengehaald, maar als die zou knappen zou dat iets gevaarlijker zijn. Rustig werd de kabel op spanning getrokken en kwam de auto in beweging.
Eenmaal uit de blubber en na een bedankje voor iedereen die ons geholpen had (knijpkatten), wilden we doorrijden maar de auto had nog steeds geen trekkracht. Stapvoets kwam hij van zijn plaats op een normale harde ondergrond. We besloten de auto even te laten rusten, misschien was hij oververhit? Na de tweede poging zat er al wat meer vaart in maar de volgende modderpoel was alweer een flinke uitdaging. We kwamen er net doorheen maar haalden de verharde, nieuwe weg net niet. Opnieuw even gewacht en toen op de verharde weg goed even wat snelheid en kilometers kunnen maken. Op 500m van de dispensary in Chesirimion begaf de auto het uiteindelijk helemaal. Met geen mogelijkheid kwamen we vooruit, terwijl de motor normaal leek te draaien. We wisten iemand te regelen om ons dat laatste stukje te slepen om zo de auto veilig aan de kant te kunnen zetten en meteen onze spullen op de plek te hebben waar we moesten werken.
Het was bij aankomst reeds duidelijk dat we het een en ander zouden moeten gaan regelen om hier weer weg te komen. Er werd gebeld met het verhuurbedrijf en we besloten dat we de auto hier achter zouden laten. In onze ogen zou die niet op tijd daar op locatie gerepareerd kunnen worden om vervolgens dus op tijd weer in Nairobi te kunnen zijn. Joost en Maurits waren ondertussen gestart met de behandeling van de patiënten terwijl Floris de auto aan het uitpakken was. Het volgende probleem stelde zich nu: De tandheelkundige spullen die we nu bij ons hadden moesten terug naar Nginyang voor opslag voor komend project in 2015 en onze persoonlijke spullen die bij Robert thuis lagen moesten we natuurlijk ophalen. Hoe doen we dit zonder vervoer? Robert is voor ons gaan rondbellen of er iemand wist van een voertuig dat ons zou passeren en misschien mee zou kunnen nemen naar Nginyang. De volgende stap was dan om diezelfde dag of de volgende dag vervoer te vinden van Nginyang naar het zuiden. Tussen enkele zware behandelingen door kwamen Joost en Maurits polshoogte nemen over wat er allemaal al geregeld was. Uiteindelijk werd het duidelijk dat er een pick-up van de Ministry of Health onderweg was naar Chemolingot en dus Chesirimion en Nginyang zou passeren.
Toen dit voertuig het terrein op kwam rijden hebben we onze kliniek opgedoekt en zijn we alle spullen in de pick-up gaan laden. Vervolgens bleek dat wij, naast de chauffeur, niet de enige waren in deze auto. Met z’n zevenen zaten we als sardientjes in de auto op weg naar Nginyang. De laadbak zat zo vol dat we regelmatig even moesten checken of we niks verloren waren onderweg, maar de chauffeur reed zeer voorzichtig om dit te voorkomen. Na een tijdje kwamen we weer aan bij Robert. Er stond ons nog een hoop te doen om de tandheelkundige spullen netjes daar op te slaan. Tijdens het tellen en sorteren van onze spullen kregen we te horen dat we over 30 min een lift zouden kunnen krijgen richting het zuiden. Dit betekende dat we even wat tempo moesten maken, want we hadden de “wazee” (oude wijze mannen) uitgenodigd om samen met ons een geit te eten als blijk van dank, respect en hoop op een stabiele, vreedzame toekomst. De geit was gelukkig door het geregel van Robert geroosterd en we konden snel even een hapje mee-eten. Een goede vriend had voor ons voor vertrek mooie struisvogel veren gekocht in Zuid-Afrika. Voor de Pokot mannen is het dragen van deze veren in hun kleikapsel een statussymbool. Tijdens het eten werden woorden van dank gesproken en de vederen uitgedeeld. De auto stond al op ons te wachten, maar hij kon door het moeilijke terrein niet tot bij Robert komen. Gepakt met alle tassen, dozen, jerry cans etc moesten we nog eerst over enkele rotsen klimmen en vervolgens een klein riviertje oversteken om bij de auto te komen. Daar stond onze redder in nood, Duncan, met zijn witte Toyota Probox. We hadden eerst niet veel vertrouwen in dit autootje, maar ondanks de kale banden en een bijna lege tank wist Duncan hem goed door de moeilijke stukken heen te krijgen. Op weg naar Kampi ya Samaki, waar we een overnachting geregeld hadden, zijn we nog even gestopt  in Chesirimion om enkele spullen die bij de auto hoorden in de laadbak te leggen. Vanuit Kampi ya Samaki zou het makkelijker zijn om zelf vervoer te regelen naar Nairobi. De eigenaar van de huurauto vertelde dat er al een mecanicien onderweg was naar de auto. Hij kent blijkbaar de regio niet zo goed maar het valt niet mee om een auto in the “middle of nowhere” te repareren met enkel wat gereedschap. Na dit uit te leggen zou hij proberen om de volgende dag een chauffeur te sturen om ons op te pikken. Ik hoef niet uit te leggen dat na 2 weken stof, regen, modder, ellende het heerlijk was om weer te kunnen douchen en in een bed te slapen.

Vrijdag 24 oktober:

Heerlijk uitgerust konden we aan het ontbijt beginnen. Even wat anders dan de gebruikelijke droge koekjes. Er was nog geen duidelijkheid over hoe we nu weer in Nairobi zouden kunnen komen. Robert was met z’n motor naar ons toe gereden om ons op de hoogte te houden van de huurauto. Die had weer een stukje gereden, maar was weer stilgevallen langs de weg. Nu restte er ons niets anders dan te wachten op nieuws. De locatie aan het Baringo meer was hier natuurlijk de perfecte plek voor. In de late middag kregen we het nieuws dat de chauffeur met voertuig vertrokken was en ons de volgende dag mee terug naar Nairobi zou nemen. Humphrey kwam enkele uren later aanrijden in een mooie glimmende Toyota Hilux. ’s Avonds aten we wat samen en spraken af de volgende dag niet te laat te vertrekken aangezien we eerst nog langs de Firearms Department moesten voor de export license.

Zaterdag 25 oktober:

Ontbijten en gaan! Auto volgeladen en richting eerste stop in Nakuru. De tocht ging vlot maar toch verloren we enige tijd omdat Humphrey aan de kant gezet werd voor “speeding”. Een agent had met het blote oog gezien dat hij te hard reed. De woorden van Humphrey waren duidelijk: “It’s weekend, they want drinking money”. Na moeilijk doen en samen rond de auto lopen kwam Humphrey geld vragen want hij had geen cash opzak. Uiteindelijk mochten we gaan, nadat de agent gezien had dat er niet weel was te halen bij ons. De vriendelijke police officer van de Firarms Department, Phillip, stond al op ons te wachten. Hij was net naar de kerk geweest maar wou zonder problemen ons helpen op zijn vrije dag. Dit verliep allemaal verbazingwekkend soepel en zo belandden we op tijd in het hotel in Nairobi.

Zondag 26 oktober:

04.45 opstaan en 45 minuten later de taxi naar de luchthaven.
In een splinternieuw vliegtuig van Kenya Airways vlogen we terug naar Amsterdam.
Missie geslaagd.


Project 2014

Reacties

patrick berben
Wed September 03, 2014, 15:17:45
Reply

Good luck !
P

berben patrick
Mon January 12, 2015, 20:00:09
Reply

fantastisch gedaan
lekker lezend verslag
super foto's (met super mannen)
nu beraden voor 2015 ...

Fabian
Mon August 06, 2018, 14:19:24
Reply

online gambling casino
online casino real money
casino online
casinos online
best online casino



Plaats een reactie

  • Gemarkeerde velden zijn verplicht *.

If you have trouble reading the code, click on the code itself to generate a new random code.
 

Onze Projecten
Bekijk alle
Project 2018

Project 2018

Verslag Project 2018  

 

Volgt zo snel mogelijk

 

Project 2017

Project 2017

Verslag Project 2017 – Masai Mara (8 t/m 22 oktober)   Door de problemen die zich tijdens vorig project in ...

Project 2016

Project 2016

Verslag Project 2016  (Tanzania 16 t/m 30 oktober)   Zondag 16 oktober Zoals elk jaar hebben we ook nu ...